NIEUWSBRIEF | OEVRES MAMAN MARGUERITE | 2009 23
Goede Vrienden en Weldoeners,
Eerst en vooral willen wij onze dank betuigen aan iedereen die ons het afgelopen jaar op welke manier dan ook geholpen heeft.
Onze situatie is door de (krediet)crisis verslechterd en dus moeten we blijven zoeken naar middelen die onze jongens kunnen helpen aan een toekomst. De overheid heeft het ons dit jaar niet gemakkelijk gemaakt. Men heeft het plan opgevat om van Lubumbashi een schone stad te maken en dus moest het ‘afval’, de ambulante verkopers en de straatkinderen, verdwijnen. Dat ‘uitschot’ kon niet blijven in een stad als Lubumbashi, die vergelijkbaar moest zijn met een Europese stad.
Op 17 augustus 2009 is de ‘schoonmaakactie’ begonnen. De kinderen kregen drie dagen de tijd om uit de stad te verdwijnen of om zich aan te geven in één van de kantoren van het Ministerie van Sociale Zaken. De jongeren die zich hebben laten inschrijven zijn naar een staatsinstelling gebracht. Een centrum dat vergelijkbaar is met een gevangenis. Het is ommuurd met prikkeldraad en wordt bewaakt door politie. Hier zouden ze les kunnen volgen en een beroep aanleren.
We zijn nu vier maanden verder maar men is nog steeds bezig met het opstarten van de ‘school’. Vanwege de schending van de rechten van het kind, hebben wij contact opgenomen met Unicef en hen gevraagd om te reageren. Unicef heeft positie gekozen en laten weten dat ze niet achter dit centrum staan. Maar de overheid trekt zich daar niet veel van aan. Het ‘vuil’ is officieel verdwenen uit de straten! Maar zoals het altijd hier in Kongo gaat hebben de jongeren al wegen gevonden om geregeld even buiten het centrum te komen. Met het stukje zeep dat ze krijgen betalen ze de bewakers en zo zien we de jongens, die bij ons in het vluchthuis Bakanja Ville kwamen, geregeld terug. Het eerste wat ze dan vragen is een stuk zeep om zich bij ons te kunnen wassen. In hun ‘opvanghuis’ is onvoldoende water. Na nog wat activiteiten in de stad gaan ze terug op het moment dat ze eten krijgen.
Op Bakanja Ville mogen wij offi cieel geen kinderen meer binnen laten. Wij hebben opdracht gekregen om de kinderen op te sluiten en de politie in te lichten. Maar dat doen we dus niet. Wij gaan zeker geen kinderen uitleveren aan de politie. Het is dus wel oppassen geblazen voor ons. Je zou verwachten dat de overheid zich het probleem van de straatjeugd aantrekt. Deze manier toont nog maar eens duidelijk aan dat ze weinig of geen respect hebben voor deze kinderen. Ze hebben nooit contact met ons opgenomen om te zien hoe wij met hen om gaan. Maar wij gaan verder!!
Onze 13 andere centra draaien op volle toeren. Zo was er dit jaar weer een meisje dat haar staatsdiploma behaalde en nu al aan het werk is. Dankzij onze opvang is dit meisje niet in de prostitutie terecht gekomen. Een ander meisje is twee weken geleden gelukkig getrouwd. Zij werd beschuldigd van hekserij en is half verbrand bij ons opgevangen. Ze is behandeld door Artsen zonder Vakantie, die de lelijkste littekens een beetje konden wegwerken. Zij heeft bij ons gestudeerd en kan nu zelf een gezin stichten.
Ik denk eveneens aan Kayembe, een doofstomme jongen die op straat zat. We hebben hem opgenomen en hij leert nu, in een gespecialiseerd instituut, een beroep. Een schat van een jongen, gedienstig, opgewekt en zeer leergierig. De vakanties brengt hij door in Bakanja Centre waar hij de rechterhand is van maman Annie. Niets ontsnapt aan zijn aandacht en altijd is hij paraat om een dienst te bewijzen.
Kitenge, een andere jongen, is 13 jaar en kwam eind mei in het vluchthuis enkel gekleed in een pull-over. Hij was op de vlucht voor zijn grootmoeder. Kitenge werd er van beschuldigd een hemdje te hebben gestolen. Zijn grootmoeder kon niets beters verzinnen dan Kitenge vast te binden en een plasticzak in brand te steken en deze te laten druppelen over heel zijn lichaam. Vervolgens werd hij opgesloten. Hij is gevlucht en zo bij ons terecht gekomen. Kitenge kreeg onmiddellijk de nodige zorgen en inentingen tegen tetanus. Deze kwamen echter te laat. Vreselijk om te zien. 14 dagen heeft hij doorgebracht op de intensive care van ons ziekenhuis. Na een lange revalidatie is Kitenge nu weer op de been. Hij is intern opgenomen en volgt iedere dag les in Bakanja Centre. Kitenge komt langzaam dit trauma te boven en geregeld verschijnt er al een lach op zijn gezicht. Op Bakanja Centre volgen 220 jongens de lagere school; 150 van hen hebben we terug kunnen brengen naar hun familie en 70 zijn intern opgenomen, omdat reïntegratie in de familie nog niet mogelijk was.
Goede vrienden, de 800 jongens en meisjes die in onze centra zitten hebben elk hun eigen verhaal waarom ze op een bepaald moment op de straat terecht zijn gekomen.
Wij willen ons voor hen inzetten; ook zij hebben recht op een menswaardig bestaan en een betere toekomst.
In naam van Kitenge en alle andere jongeren, hartelijk dank!
Pater Eric Meert SDB
Goede vrienden, helpen helpt!