REISVERSLAG CITÉ DES JEUNES 2003
DONDERDAG 12 JUNI 2003
Woensdagmiddag vertrekken we vanuit Hapert. Bij het inchecken in Brussel verwachten we problemen omdat we in totaal, zonder handbagage, ruim 80 kg bij ons hadden! Wonderwel geen problemen. Onze bagage wordt zelfs meteen doorgestuurd naar Johannesburg. Na een uur vliegen staan we op de luchthaven van Frankfurt. Later in de avond vliegen we door naar Johannesburg.
‘s Morgens vroeg, 7.30, landen we in Johannesburg We ontmoeten daar Trees en Henny Stege. Trees is de contactpersoon voor een soortgelijk schoenmakerijproject in de wijk Hillbrow in Johannesburg. Op de terugreis zullen we in Johannesburg uitstappen om een bezoek aan dit project te brengen. Verder hebben we in die week ook een bezoek aan een wildpark gepland. We hebben voor Trees en Henny wat koffie, kaas en speculaas meegebracht.
Om 12.00 vliegen we door naar Lubumbashi maar pas nadat we $ 130,00 hebben afgerekend voor 21 kg aan extra bagage!
Aangekomen in Lubumbashi kom ik er achter dat ik mijn inentingspaspoort vergeten ben. Jammer maar helaas. Gelukkig heeft Cité des Jeunes iemand gestuurd die goed is ingevoerd en de te bewandelen kanalen kent. Bijna een uur later heb ik een nieuw inentingpaspoort. Alle inentingen staan erin en ik heb geen prik gehad. Dit alles voor de prijs van $ 20,00. Misschien een idee om dit een volgende keer weer zo te doen? Het is in ieder geval goedkoper dan het dokterbezoek en inentingen in Nederland.
Op Cité des Jeunes gaan we meteen door naar Magone, “onze” schoenmakerij. Alles ziet er prima uit. Er zijn ondertussen nog meer materialen en machines aangekomen en de schoenmakerij en het magazijn zien er goed verzorgd uit. De sleutels van het magazijn zijn in handen van één persoon Christoff. Hij is daar ook verantwoordelijk voor. Achteraf zal blijken dat dit lastig is voor ons omdat we, steeds als we iets uit het magazijn nodig hebben, op zoek naar hem. Op het moment dat we even het magazijn verlaten, wordt het weer afgesloten.
We bekijken de vorderingen die in het afgelopen jaar gemaakt zijn. Ook Pieter verbaast zich over de kwaliteit en variëteit aan schoenen en sandalen die reeds gemaakt worden. Leuk ook om van pater Manu te horen dat ze opdracht gekregen hebben van Unicef voor 100 paar kwalitatief goede jongensschoenen. Een eerste aanzet is al gemaakt en er staan er al 15 paar klaar. Prijs per paar zo’n $ 9,00.
Daarna gaan we naar het hoofdgebouw van Cité des Jeunes waar we dezelfde kamer betrekken als een jaar geleden. Nu eerst een goede nachtrust. Welterusten.
Wat ons betreft zeker geen ongeluksdag. Vanmorgen hebben we als eerste de stansmessen van de zgn. mandieslipper uit het magazijn gehaald. We zijn met 10 leerlingen in de schoenmakerij en in totaal hebben we, om te beginnen, 12 paar slippers uitgestanst. Elke leerling krijgt een paar sandalen in onderdelen en klassikaal zet iedere leerling een paar slippers in elkaar met als resultaat al zo’n 12 paar slippers op de voormiddag.
Na de middag herhalen we de sessie nu met andere kleuren en varianten. Op het einde van de dag hebben we zo’n 25 paar slippers klaar.
Het gaat ons in geen geval om het aantal maar meer om de eenvoud waarmee deze slipper te maken is. Met eenvoudige materialen en zonder machines kunnen ze deze slippers maken.
Ook hier zijn we nu op het einde van het schooljaar. De eerste leerlingen hebben de opleiding voor schoenmaker voltooid. Van pater Manu horen we dat een aantal van deze leerlingen zich als een collectief gaat vestigen om samen een schoenmakerij op te starten. Een locatie is hiervoor nog niet gevonden.
Zaterdag 14 juni 2003
Oké we hebben het voor elkaar, wij worden hier nu gezien als tovenaars!
De jongens vertellen ons dit niet rechtstreeks maar via pater Manu horen wij wat er leeft. Ze beweren dat hetgeen wij hier gisteren gepresteerd hebben niet mogelijk is zonder magische krachten. In hun ogen is dit tovenarij! Wij lopen dus naast onze schoenen van verwaandheid en overwegen hier een praktijk te beginnen.
Wij vinden dat niet wij, maar de jongens toch verantwoordelijk zijn voor het aantal paren. Wij geven misschien wel de aanzet, maar uiteindelijk maken zij toch de slippers. De jongens zien dit anders. Hoe kan het anders mogelijk zijn dat wij hier in een dag meer schoenen maken dan zij in een hele week nog niet kunnen?
Pater Manu probeert de jongens bewust te maken van hun situatie.
Hij leert ze dat vooruitgang geen kwestie is van materiele en/of financiële zaken maar van bewustwording. Als zij zich niet bewust zijn van hun situatie en berusten in hun lot, is er geen vooruitgang mogelijk. Een zeer wijze les!
Vanmorgen echter wil het werk niet goed op gang komen.
De jongens zijn onrustig en we kunnen ze niet goed aan de gang krijgen. Een en ander heeft zeker ook te maken met het feit dat wij onze “zaken” nog niet voor elkaar hebben. Om verder te gaan met ons werk moeten we van alles bij elkaar zoeken. Als we daar volop mee bezig zijn, krijgen we de mogelijkheid om met een chauffeur naar de stad te rijden naar de winkel waar we onze telefoonkaarten hebben gekocht. Het was mijn voornemen om met behulp van mijn laptop computer en mijn mobiele telefoon berichten naar Nederland te zenden.
Omdat onze SIM kaarten niet geschikt zijn voor het Congolese netwerk, hebben we hier een nieuwe SIM kaart gekocht met daarop een beltegoed. Helaas blijkt nu pas dat het netwerk hier (nog) niet geschikt is voor dataverkeer.
Bellen en gebeld worden gaat overigens wel prima!
We zijn om 13.00 uur terug.
Namiddag gaan we vol goede moed weer aan de slag. Het is echter zaterdag en de jongens hebben dan hun vrije middag die ze naar believen mogen besteden. De meeste werken toch. Niet in de schoenmakerij maar b.v. in de groentetuinen. Met deze extra uren werk kunnen ze materiële zaken verdienen als kleding, schriften voor hun studie, een balpen of i.d.
Dit biedt ons de mogelijkheid eens te werken aan de zgn. stansen. Dit zijn zeer zware machines om onderdelen uit dikke materialen te stampen. In totaal hebben we er nu drie staan. Na enige tijd hebben we de eerste stans ‘aan de praat’ en kunnen we weer een deeltje van de puzzel op zijn plaats leggen. Met behulp van zo’n stans kunnen we nu zolen maken van oude kapotte transportbanden van de kopermijnen. Alweer een vorm van ‘recupereren’. Dit materiaal heeft de ideale dikte, is soepel, goed te verlijmen en ijzersterk.
De eerste bestelling slippers komt binnen van enkele zusters hier uit de regio. We hebben ons best gedaan leuke kleuren en kleurcombinaties te maken en wat willen de zusters? Gewoon zwart!
Met de enkele jongens die in de schoenmakerij zijn, bereiden we deze bestelling voor. Alle onderdelen voor 21 paar slippers worden klaargelegd voor a.s. maandag. Deze slippers worden nu voor het eerst gemaakt met de zgn. ‘semelle localle’. Deze zolen hebben we zo juist met behulp van zo’n stans gemaakt van die transportbanden.
‘s Avonds zijn we vroeg terug op Cité des Jeunes. Het is vandaag de 76e verjaardag van pater Michel en die willen we samen met de paters op Cité des Jeunes vieren. Met een koekje, een stukje chocolade en een flesje fris is dit voor ons weer een onvergetelijke ervaring, totdat pater Luk aan mij vraagt of Pieter mijn zoon is. Nu wordt het tijd om naar bed te gaan. Welterusten.
Zondag 15 juni 2003
Volgens goed Brabantse traditie zijn we vandaag, zondag, om 7.30 uur naar de kerk geweest. De manier waarop zo’n dienst gevierd wordt, is een lust voor het oog en het oor. Met name het meerstemmig kerkkoor is een genot om naar te luisteren. Na de mis heb ik met hen een afspraak gemaakt om donderdag tijdens de repetitie opnamen te komen maken.
Eerst ontbijten we samen met de paters op Cité des Jeunes en daarna gaan we natuurlijk naar Bakanja. Op de zondag mogen alle straatkinderen van de stad hier naar toe komen om hun kleren en zichzelf te wassen. Ook krijgen ze een warme maaltijd.
Hetgeen je daar ziet laat zich niet beschrijven maar wat blijft hangen is toch de spontaniteit van deze straatschoffies. Ondank het feit dat ze dakloos zijn zien we spelende en dansende kinderen die samen zeer solidair zijn.
Als de kinderen zich gewassen hebben, spelen ze buiten terwijl hun kleren drogen. Er staan enkele naaimachines buiten en zuster Sifa herstelt daar de kleding van de jongens op een handnaaimachine. Beide elektrische machines doen het niet. Ik kan het niet nalaten me eens over deze stikmachines te ontfermen. Uiteindelijk krijg ik er een aan de praat met de onderdelen van de andere machines. Hij doet het weer! Het gevolg hiervan is dat er nu ook kinderen zich bij mij melden om hun kleding te laten herstellen. Herstellen wil hier zeggen de grootste gaten dicht stikken. Een van de kinderen meldt zich bij mij met twee lappen en een elastiek. Volgens mij moet dit ooit een broek geweest zijn. Ik kan er geen beeld bij vormen en laat het de zuster zien. Zij moet erbij lachen en wenst me ‘bonne chance’. Ook krijg ik een broek waar een klein naadje los is. ‘Pas de problėme’ Ik stik het naadje dicht. Dan laat hij me nog een gat zien in het kruis van de broek. C’est aussi ne pas un problėme! O ja, en hier zit ook nog een gaatje of twee of drie. De complete zolder was uit de broek c’est un grand problėme!
Na het middageten zijn alle kinderen opeens weg. Er wordt om 13.00 een voetbalwedstrijd gespeeld tussen Magone en Bakanja. Deze wedstrijd wordt gespeeld bij de technische school van Salama in de stad. Alle kinderen zijn daar naar toe om te supporteren. Volgens pater Eric gaan zij allen volledig op in het spel en zijn zulke wedstrijden niet zonder gevaar. Ze spelen namelijk de man in plaats van de bal en als ze het ergens niet mee eens zijn, is het niet ongebruikelijk de betreffende speler te stenigen.
Wij gaan namiddag samen met pater Michel en pater Matthieu op zoek naar een ander project van de paters. Ik schrijf bewust ‘op zoek’ want naar het schijnt is er toch wel een en ander veranderd sinds zij hier de laatste keer waren. Uiteindelijk komen we uit op een project waar we een Nederlander ontmoeten die zich daar gevestigd heeft. Hij heeft zich gespecialiseerd in tractoren, bulldozers e.d. Zware machines dus voor het ontginnen van gronden en het bouwrijp maken van bouwplaatsen. Hij heeft absoluut gouden handjes. Sommige machines trekt hij uit de bush. Deze machines zijn daar ooit achtergelaten omdat ze niet meer werken. Hij haalt ze op, reviseert ze, en zet deze weer in op zijn bedrijf. Erg indrukwekkend op wat voor manier en met welk een inzet hij daar een bedrijf aan het opbouwen is. Het enige wat minder bevalt is dat hij me steeds met u aanspreekt. Ik begin me oud te voelen. Wij drinken nog een flesje fris, nemen afscheid en rijden terug naar Cité des Jeunes.
MAANDAG 16 JUNI 2003
Het werk vanmorgen in de schoenmakerij loopt wat door elkaar. In totaal zijn er 10 leerlingen en het lijkt wel of ieder voor zich bezig is. Natuurlijk zijn er ook reparaties die zijn afgesproken en ook die moeten op tijd klaar zijn. In totaal zijn er nu 3 leerlingen bezig met het maken van de slippers die we afgelopen zaterdag hebben klaargemaakt. Als alles goed gaat zijn deze vandaag gereed.
Ondertussen hebben wij de derde stans nu ook operationeel.
Mooi om te zien dat alle machines werken. We hebben nu ook al een begin gemaakt met het installeren van twee zgn. aflappers. Dit zijn stikmachines die geschikt zijn om zolen onder schoenen te stikken. Namiddag om een uur of drie kunnen we met iemand meerijden naar de stad om onze E-mail te verzenden vanuit de procuur. Over de intrede van de mobiele telefoon heb ik het eerder al eens gehad. Onderweg zie ik veel kleine zaakjes waarop staat ‘Cabine Publique’.
Navraag leert me dat je daar kunt bellen bij iemand die een creatieve geest heeft en een mobiele telefoon. Je rekent daar gewoon per minuut af! ‘s Avonds gaan we met pater Eric naar Bakanja Ville. Een vluchthuis voor straatkinderen in het centrum van de stad. Kinderen komen hier naar toe om samen de nacht door te brengen. Pater Eric geeft uitleg over de manier van opvang, de regels die
hier gelden en hoe sociaal werkers proberen de ouders of andere familie te traceren om deze uiteindelijk met elkaar te verenigen. Grappig in dit geheel is weer om te horen dat een van de kinderen die hier rondloopt epileptisch is. Hij wordt door zijn lotgenoten ‘Lazarus’ genoemd. Gaandeweg kunnen we niet anders dan een enorme bewondering krijgen voor deze gedegen en doordachte manier van opvang.
Tijdens het werk van de paters met de straatkinderen kunnen zich ook heel andere problemen voordoen. Op weg door de stad wordt pater Eric geroepen door een groepje straatkinderen. Ze hebben een baby gevonden van zeven maanden oud en willen die naar de zusters brengen. De kinderen kennen echter de ouders van het kind want ook zij leven beiden op straat. Ze hebben ruzie gehad waarop de vader het kind heeft meegenomen en daarna ergens achtergelaten. Het kind naar de zusters brengen is geen optie omdat zo’n kind gevoed moet worden. Samen met de jongens gaat pater Eric op zoek naar de moeder. Zij weten als geen ander op welke plekken van deze miljoenenstad ze moeten zoeken. Moeder zou ‘s avonds werken in de buurt van het postkantoor (prostitutie). Als ze daar aankomen is moeder niet te vinden, maar volgens de collega’s van moeder zou de vader nog wel langskomen. Pater Eric laat de kleine achter in handen van de dames en rijdt door naar de zusters. Daar aangekomen treft hij de moeder die op zoek is naar haar baby. Samen met pater Eric rijden ze terug naar het postkantoor om daar te horen dat de straatjongens de baby weer hebben meegenomen op zoek naar de moeder. Zij wisten namelijk dat de moeder altijd in de buurt van het stadhuis slaapt. Samen met de baby zijn ze weer op zoek naar haar. Uiteindelijk
hebben ze elkaar gevonden. Over solidariteit van lotgenoten gesproken.
Naar mate je hier langer rondloopt, merk je ook dat alle kinderen hier een bijzonder scherp observeringsvermogen hebben. Al je persoonlijke eigenaardigheden leggen zij voor jou bloot. Naar het schijnt gebruik ik hier nogal eens de opmerking “jaja”. Als ik iets snap wat zij mij proberen uit te leggen, maar ook als zij snappen wat ik hun heb uitgelegd. Vervolgens word je daar dan zeer subtiel maar onmiskenbaar op gewezen.
DINSDAG 17 JUNI 2003
Terwijl de rest van de jongens in de schoenmakerij bezig zijn met hun werk, zijn Pieter en ik begonnen om een paar sandalen te maken uit de enorme partij voetbedden van WEK uit Kaatsheuvel. Voor dat wij een nieuw model introduceren moeten we zelf wel een proefpaar gemaakt hebben. Het wordt een paar rode kindersandalen maat 35. We experimenteren wat met de diverse mogelijkheden. Tussen de middag hebben we het paar af en nemen het mee naar Bakanja om bij een van die kinderen te passen. Het geheel ziet er prima uit en pater Manu is (weer) zeer enthousiast.
De schoenmakerij heeft vandaag de tweede order ontvangen! Pater Manu heeft contact met een paar dames uit de Cité’s die voor hem proberen de schoenen, sandalen en slippers te verkopen. In de loop van ons verblijf hier hebben we, voor ieder van deze dames, een paar slippers gemaakt in een kleur naar hun keuze. Een van deze dames heeft er nu 20 paar besteld. De prijs voor zo’n paar slippers is voorlopig vastgesteld op Є 3,-.
Op de lokale markt kun je een paar plastic teenslippers kopen voor de prijs van Є 1,-. Kwalitatief zijn deze eigenlijk niet te vergelijken. Het is nu een kwestie van de markt aftasten om mogelijk deze prijs later nog bij te stellen. Morgen gaan we ons richten op het maken van de sandalen. We hebben nu al enkele paren gestanst klaar liggen om morgen daar mee verder te gaan.
Na ons werk gaan we nog een opbergkast bestellen bij de (78 jarige) pater Emiel Kas. Al meer dan 50 jaar leidt hij hier de meubelmakerij. De kast moet een simpel opbergmeubel voor de schoenmakerij worden voor de zeer belangrijke stansmessen van de verschillende modellen. Met wat uitwendige maten en een enkel idee van de indeling heeft pater Emiel op zijn tekentafel binnen de kortste keren een kloppende tekening die voldoet aan onze wensen en zijn houtmaten. De werkplaats kan daarmee aan de slag. Verder leidt hij ons rond in de ‘schrijnwerkerij’. Een ding is al snel duidelijk: geen tackers en krammen, maar degelijke materialen en sterke verbindingen. Het werk straalt vakmanschap uit van het eerste tot het derde leerjaar. We praten nog wat na in een van de kantoren en mijn oog valt op de enorme spinnenwebben boven in de hoeken. Hij begint te lachen en zegt dat hij die bewust laat hangen. Ook op zijn privé kamer. Iedereen heeft last van muggen verteld hij maar ik niet. Zij vangen ze voor me!
WOENSDAG 18 JUNI 2003
‘Papa’ Floribert is een schoenmaker op Magone. Hij heeft ruim 30 jaar geleden hier in Congo in een schoenfabriek gewerkt. Na de sluiting van de fabriek heeft hij al die tijd thuis als schoenmaker gewerkt. Sinds het ontstaan van de schoenmakerij op Magone is hij daar in dienst als leraar Hij heeft er echter moeite mee om zijn vak over te brengen aan de leerlingen. De achterliggende gedachte daarbij is, dat mogelijk een van de leerlingen slimmer wordt dan hijzelf. Thuis heeft hij elf kinderen waarvan sommigen al in de twintig zijn. Die hebben geen van allen werk. Je zou verwachten dat hij het vak leert aan een of enkele van zijn kinderen, zodat zij ook voor een inkomen kunnen zorgen, maar de angst dat een van zijn kinderen hem voorbij zal streven weerhoudt hem daarvan.
Ook wij hebben nogal wat last van zijn angsten. Op allerlei manieren probeert hij ons zeer subtiel tegen te werken. Ik zal daar een aantal voorbeelden van geven. Absoluut niet om hem zwart te maken(!) Het is en blijft een fantastische vent met een grote kennis van het vak en onmisbaar voor de schoenmakerij Hij heeft alleen een aantal gebruiksaanwijzingen waar je mee om moet leren gaan.
Christoff is verantwoordelijk voor de voorraad van de schoenmakerij en de ‘winkel’ waar de gemaakte schoenen, slippers en sandalen verkocht worden. Ook neemt hij de reparaties aan en spreekt met de klanten af wanneer deze klaar zijn. Echter, als hij daarop de bestelling doorgeeft aan Floribert, kan die zeer lastig reageren. Wat leeftijd betreft kon hij namelijk zijn vader zijn, en wie is hij dan om hem te commanderen?
Als wij iets nodig hebben uit het magazijn moeten we de sleutel bij Christoff halen. Omdat wij constant met nieuwe modellen werken en aan het experimenteren zijn, heeft Christoff ons de sleutel van het magazijn gegeven. Zodra Floribert merkt dat wij de sleutel hebben, komt hij die aan ons vragen omdat hij zelf iets uit het magazijn moet halen. Die sleutel zijn we dus kwijt. Als wij weer in het magazijn moeten zijn, moeten we weer achter Floribert aan voor de sleutel. Hij wil te allen tijde de controle hebben over hetgeen wij uitvoeren.
Het werken met de stansen vereist enige kennis. Je kunt niet, zonder van alles te vernielen, als een bezetene aan het stansen gaan. Floribert kent deze discipline nog uit zijn tijd in de schoenfabriek. Het is echter wel belangrijk dat buiten hem om ook een ander de stans kan bedienen. Zeer tegen de zin van Floribert hebben wij Tshombo ook het stansen geleerd. Deze leerling valt op de eerste plaats op door zijn lengte, maar verder vooral ook door de kalmte waarmee hij werkt maar ondertussen wel presteert Pater Manu is voornemens deze jongen als mentor voor de schoenmakerij te behouden. In onze optiek zeker een goede keus.
Als wij een nieuw model introduceren doen we dat klassikaal. Iedere leerling krijgt alle benodigde onderdelen en maakt een paar. Al voordat wij ‘s morgens in de schoenmakerij komen, zet Floribert alle jongens aan het werk zodat ze eigenlijk geen tijd hebben om aan een nieuw model te werken. Vanmorgen had hij al begrepen dat we plannen hadden om een nieuw model te introduceren. Als wij aankomen heeft hij de stans al bezet met een vel leer en een aantal stansmessen. Hij heeft een bestelling van acht paar sandalen en die moeten direct gemaakt worden.
Omdat het toch niet in overleg kan, maken wij onze eigen plannen. Pieter laat Tshombo een nieuw model stansen, en ik zorg dat alles kompleet is met binnenzolen, loopzolen en de hakken. Floribert loopt dan een beetje knorrend rond. Ik wil hem er toch weer bij betrekken en verzoek hem de betreffende materialen uit te reiken aan enkele leerlingen. 5 minuten later zit hij aan zijn eigen bureau het nieuwe model in elkaar te steken. Als ik hem vraag waarom hij dat doet, zegt hij dat alle jongens iets aan het doen zijn.